OYENS & VAN EEGHEN

Marktvisie januari 2016

Financiële markten liggen sterk onder druk in de eerste dagen van 2016
Na 7 handelsdagen staat de wereldwijde aandelenbeurs 6,7% lager dan aan het eind van 2015. Hiermee valt 2016 de twijfelachtige eer ten deel om de boeken in te gaan als het slechtste begin van het beursjaar ooit. De olieprijs is in deze periode 16% gedaald en de Chinese aandelenbeurs in Shanghai staat 15% in de min.

De afzwakkende groei in China is problematisch voor bedrijven in opkomende markten
De schuldenlast van bedrijven in veel opkomende markten is sterk gestegen sinds de financiële crisis. Een belangrijke oorzaak is het beleid van de Amerikaanse centrale bank, dat bedrijven uit opkomende landen de beschikking gaf over zeer goedkope dollarkredieten. Investeringen gericht op verdere groei in China, die met geleend kapitaal zijn gefinancierd, blijken onrendabel nu de Chinese groei vertraagt. De sterke depreciatie van de lokale valuta’s maakt de dollarschuld bovendien moeilijker te dragen voor bedrijven die hun omzet vooral in lokale valuta behalen. In een omgeving van lage groei is een ordelijke afbouw van schulden voor deze bedrijven een uitdaging.

De depreciatie van de Chinese munt is een bron van zorg
De recente devaluatie van de Chinese yuan ten opzichte van de Amerikaanse dollar wakkert de angst aan dat Chinese beleidsmakers als reactie op de afzwakkende groei de concurrentiepositie trachten te verbeteren via een zwakkere valuta. Hiermee zou China zwakke groei en deflatie exporteren naar de rest van de wereld. China wil de yuan in de toekomst echter meer gaan sturen ten opzichte van een mandje van internationale valuta in plaats van alleen de dollar. Het feit dat de yuan nauwelijks is gedeprecieerd ten opzichte van dit valutamandje illustreert dat China niet de intentie heeft een valutaoorlog te ontketenen.

Beleggers zien de sterke daling van de olieprijs als bewijs voor zwakke wereldwijde groei
Hoewel China een grote speler is op grondstoffenmarkten, met een aandeel in de wereldwijde consumptie van meer dan 50% voor bepaalde grondstoffen, is het aandeel in de oliemarkt met zo’n 12% relatief bescheiden. De val van de olieprijs is dan ook vooral een gevolg van de strijd om marktaandeel tussen traditionele olieproducerende landen en Noord-Amerikaanse schalieolie producenten, die is ontbrand nadat de OPEC aangaf niet langer bereid te zijn de balans op de oliemarkt te bewaken. Het is dus op dit moment vooral een aanbodprobleem. De lage olieprijs is in beginsel positief voor de wereldeconomie omdat het besteedbaar inkomen per saldo toeneemt. Een daling van een dergelijke omvang kan wel voor instabiliteit en neveneffecten zorgen.

De dienstensector blijft echter robuust in ontwikkelde markten en ook in China
Er is een zeer duidelijke divergentie gaande tussen de productiesector en de dienstensector. De eerste is direct gerelateerd aan de afzwakkende groei in China, dalende grondstofprijzen en een zwakke wereldhandel en ondervindt wereldwijd tegenwind. De dienstensector, die in ontwikkelde economieën veel groter is dan de productiesector, is veel meer afhankelijk van de binnenlandse economie. De groei in de dienstensector blijft robuust, in ontwikkelde economieën en ook in bijvoorbeeld China.

De dienstensector oogt voldoende robuust om de wereldwijde groei op peil te houden
De groei van de dienstensector toont aan dat er geen sprake is van een brede afzwakking van economische groei die de wereldeconomie in 2016 in een recessie zal storten. De positieve ontwikkelingen op vlak van onder meer werkgelegenheid, kredietverstrekking, consumentenvertrouwen en -bestedingen en huizenprijzen suggereren dat de groei in ontwikkelde markten voldoende robuust is om de zwakte in opkomende markten op te vangen. De Chinese beleidsmakers hebben daarnaast al forse monetaire en fiscale maatregelen doorgevoerd om de Chinese groei te ondersteunen.

In deze omgeving past een overwogen positie in risico
Centrale banken hebben de rente via zeer ruim monetair beleid tot historisch lage niveaus laten dalen. Hierdoor zijn de rendementsverwachtingen voor defensieve beleggingen, zoals staatsobligaties, mager. Risicovollere beleggingen, zoals aandelen en hoogrentende obligaties, bieden een veel beter rendementsperspectief en zijn door de recente koersdalingen aantrekkelijker geworden. Wij zien geen reden om op afzienbare termijn een recessie te verwachten die verdere forse koersdalingen vanaf de huidige niveaus zou rechtvaardigen. In ons basisscenario blijven wij uitgaan van een lange economische cyclus die wordt ondersteund door ruim monetair beleid van de centrale banken. Het loont naar onze mening daarom om selectief risicovolle beleggingen te overwegen.